
Inleiding
De afgelopen vijf jaar is het vermogen van de gemiddelde computervoeding gigantisch toegenomen. In een test die we eind vorig jaar publiceerden, vergeleken we exemplaren van 1000 Watt en meer. Één fabrikant stuurde zelfs een exemplaar van 1400 Watt in. Leuk voor wie een systeem heeft met drie of vier high-end videokaarten, stapels harde schijven en een extreem overklokte quad-core processor, maar voor de meeste mensen is het overkill. Voor de gemiddelde, 13-in-een-dozijn computer is een voeding van rond de 400 Watt voldoende en met een capaciteit van rond de 700 Watt, de bovengrens van deze test, heb je méér dan voldoende voor een luxe PC met snelle quad-core processor en super-snelle videokaart, zelfs wanneer je flink gaat overklokken. Juist in dit 350 tot 700 Watt segment, waar we ons in deze test op richten, is er extreem veel keuze: in Nederland verkopen tientallen merken voedingen. De kwaliteit en prestaties kunnen – zoals we verderop zullen zien – flink verschillen en datzelfde geldt voor de prijs. Veel minder dan bij andere PC componenten kun je bij een voeding voor de koop inschatten of je nu wel of niet een goed product in huis haalt. Vandaar dat we in het Hardware.Info Testlab flink de mouwen hebben opgestroopt en maar liefst 75 exemplaren grondig hebben getest.
Stabiliteit
Vraag iemand wat de belangrijkste eigenschap van een voeding is en 9 van de 10 keer krijg je te horen “hij moet vooral stabiel zijn”. Een begrijpelijke reactie: niemand wil een instabiel systeem en het is inderdaad zo dat de voeding daar een belangrijke rol in speelt. Slecht nieuws voor wie in dit artikel een definitief antwoord hoopt te vinden op de vraag welke voedingen stabiel zijn en welke niet; om daar iets zinnigs over te zeggen, zou iedere voeding eigenlijk voor zeer lange tijd in combinatie met uiteenlopende configuraties getest moeten worden. Dat is natuurlijk bij een vergelijkingstest als deze – of welke test bij welke andere publicatie dan ook – volstrekt onmogelijk. Toch zijn er op dit vlak zeker wel enige aannames te maken.
De stabiliteit van een voeding is vanzelfsprekend afhankelijk van het interne ontwerp, maar bovenal ook van de gebruikte componenten. Een voeding bestaat uit transformators, spoelen, condensatoren en vele andere elektronische onderdelen en die zijn allemaal te krijgen in uiteenlopende kwaliteit. En hoewel dure A-merken absoluut meer marge willen maken van goedkope B- of C-merken, bestaat er in de regel wel degelijk een correlatie tussen de prijs en de stabiliteit.
Zo’n zelfde correlatie bestaat er ook met het gewicht. Het omzetten van wisselspanning naar gelijkspanning – in feite één van de belangrijkste taken van een voeding – kun je doen met weinig of veel componenten. Opnieuw geen wet van Meden en Perzen, maar wel een goede richtlijn: hoe meer componenten, des te stabieler de voltages, maar ook, des te zwaarder de voeding.
Tenslotte is er nog een andere afhankelijkheid ten opzichte van één de hot items bij voedingen tegenwoordig: de efficiëntie. Om een voeding erg efficiënt te maken heb je opnieuw kwalitatief uitstekende componenten nodig. Dat draagt direct bij aan de stabiliteit.











