
Heatpipes en lamellen
Het basisprincipe van luchtkoeling mag dan eenvoudig zijn, de ideeën over hoe de ideale processorkoeler er uit moet zien lopen sterk uiteen. De ruim zestig koelers die wij getest hebben maken dit duidelijk: er zijn er geen twee hetzelfde. Bovendien staat de ontwikkelingen op het gebied van koeling niet stil. Waar koelers tot een aantal jaar geleden bestonden uit een vierkant koellichaam met verticale lamellen en één ventilator, zien we de laatste jaren steeds inventievere oplossingen. Vooral het gebruik van heatpipes is sterk in populariteit toegenomen. Heatpipes zijn holle buisjes gevuld met een vloeistof die bij verwarming verdampt. Heatpipes worden gebruikt om warmte snel en efficiënt over een relatief grote afstand te verplaatsen. Op het punt waar de warmte wordt opgewekt, bij de processorkern, is immers maar weinig oppervlak beschikbaar, terwijl de warmte er wél zo snel mogelijk weg moet. Het verspreiden van warmte middels heatpipes blijkt efficiënter dan via een massief stuk metaal. Het onderste uiteinde van de heatpipe wordt (bijna) direct op de processor gemonteerd. Hierdoor verdampt te de vloeistof in de heatpipe, waarna deze opstijgt en naar het andere uiteinde wordt getransporteerd. Aan dat andere eind bevinden zich meestal meerdere lamellen die de warmte weer afstralen. Hierdoor condenseert de vloeisoft in de heatpipe, en zakt weer terug richting de warmtebron om vervolgens aan een nieuwe cyclus te beginnen.
Een andere ontwikkeling die we zien is het gebruik van flinterdunne metalen lamellen, meetal in combinatie met heatpipes. Waar koellichamen vroeger bestonden uit één blok gegoten of gefreesd metaal met dikke vinnen, wordt nu voornamelijk gebruik gemaakt van individuele lamellen die middels klemverbindingen aan elkaar of aan heatpipes verbonden zijn. Het voordeel van extreem dunne lamellen mag duidelijk zijn: ze bieden heel veel contactoppervlak met de lucht, terwijl ze een zeer gering gewicht hebben. Nadeel van een koeler die bestaat uit losse vinnen is dat deze uiteraard met elkaar verbonden moeten worden, waarbij de warmtegeleiding op de contactpunten minder goed is dan bij een koellichaam dat uit één deel bestaat.











