
Hoe werkt het?
Netwerken via het stroomnet, ofwel powerline communications (PLC), werkt door middel van modulatie, vergelijkbaar met hoe analoge modems vroeger informatie over het telefoonnetwerk verstuurden. Het digitale signaal van een netwerkkaart wordt geconverteerd naar een analoge golf, die een frequentie heeft die flink uit de buurt ligt van de 50 Hz van de wisselstroom in het stopcontact. Voor deze technologie is een bandbreedte van 2 tot 28 Megahertz gereserveerd, een vele malen hogere frequentie dus. Hiermee wordt voorkomen dat het netwerkverkeer elektrische apparatuur stoort, en omgekeerd blijft de invloed van elektrische apparaten op het datasignaal eveneens beperkt. Eenmaal aangekomen bij de ontvangende adapter wordt de golf gedemoduleerd en weer geconverteerd naar een digitaal signaal.
Binnenshuis zijn er zelden obstakels op het stroomnet, ook niet tussen stroomgroepen onderling. Hierdoor is deze vorm van netwerkverbindingen prima geschikt om bijvoorbeeld zolder en huiskamer te verbinden. Uiteraard is het de bedoeling dat het signaal ook niet verder gaat dan de muren van het huis. In de meeste gevallen zorgen de filters in de verdeelkasten hiervoor, maar de diverse standaarden voor PLC hebben ook voorzieningen aan boord om de communicatie te beveiligen. Zelfs als de buren ook gebruik maken van PLC, hoeft men zich geen zorgen te maken dat privécommunicatie door derden te lezen is. Gezien de drager (elektriciteitskabels) is het onderscheppen van verkeer hoe dan ook lastiger dan bij draadloze verbindingen.











