
Inleiding
Met maar één videokaart in je systeem voel je je als hardwareliefhebber eigenlijk een beetje kaal. ATI en nVidia doen er alles aan om je twee of zelfs drie exemplaren aan te smeren. Wij zochten opnieuw uit of het de investering nu eigenlijk wel waard is.
Halverwege 2004 introduceerde nVidia de PCI-Express versie van de GeForce 6. Linksboven op deze videokaarten zat een vreemde connector, waarvan in eerste instantie niemand echt begreep waarvoor hij diende. Niemand kon vermoeden dat het de basis was van misschien wel de meest succesvolle technologie die nVidia ooit heeft geïntroduceerd: SLI (Scalable Link Interface) ofwel de mogelijkheid om twee videokaarten te combineren. De naam was niet nieuw; jaren eerder was het bij de 3dfx Voodoo2 kaarten al mogelijk om twee kaarten te combineren, waarvoor ook de afkorting SLI werd gebruikt, zij het dat deze toen stond voor ScanLine Interleaving.
Goede zet
Dankzij SLI kon voor het eerst sinds jaren de rekenkracht van twee videokaarten gecombineerd worden. Die-hard gamers kregen op die manier in één klap veel meer 3D power tot hun beschikking. Met de introductie van SLI heeft nVidia ervoor gezorgd dat de verkoop van videokaarten flink is gestegen. Ga maar na; zelfs als maar een zeer beperkt gedeelte van je doelgroep ineens twee in plaats van één videokaart gaat aanschaffen, merk je dat meteen aan de verkoopaantallen.
Toch is het feit dat men onder de streep meer videokaarten is gaan verkopen niet de enige reden waarom de introductie van de technologie nVidia geen windeieren heeft gelegd. Een groot gedeelte van het succes van haar chipset-business heeft het bedrijf er ook aan te danken. Tot de dag van vandaag heeft nVidia immers altijd de beperking in het leven geroepen dat SLI alleen kan werken op een moederbord met nVidia-chipset. Heb je een moederbord met een chipset van ander fabricaat, dan zal het combineren van twee nVidia-kaarten niet werken. Het gaat overigens overduidelijk om een moedwillig aangebrachte beperking op driver niveau; de vele gehackte drivers die de afgelopen jaren in omloop zijn geweest, hebben immers meermaals bewezen dat SLI ook probleemloos werkt op niet-nVidia chipsets.
Dankzij SLI wist nVidia in de hoogtijdagen van de Athlon 64 processors een gigantisch marktaandeel voor high-end moederborden voor elkaar te boksen. SLI is en was ook de enige reden waarom het bedrijf in het high-end segment (lees: daar waar er geld te verdienen valt) een marktaandeel heeft met moederborden die geschikt zijn voor Intel processors. Hoezeer de processorfabrikant het ook heeft geprobeerd, men heeft nooit een licentie voor de SLI-technologie gekregen. Inmiddels heeft Intel nVidia een koekje van eigen deeg gegeven; door nVidia of totaal niet of te laat - er bestaan verschillende versies van het verhaal - kon de videokaartenfabrikant geen chipset voor Core i7 maken. Het resulataat; Intels X58 heeft ineens SLI-ondersteuning, al moeten moederbordfabrikanten naar verluid wel 5 dollar licentiekosten per verkocht bord aan nVidia afdragen...

De GeForce 6 was de eerste SLI-kaart van nVidia











